SPAT onderzoekt

‘Live’ televisiekijken, wat is dat?

Sinds eind vorige eeuw komen er constant nieuwe communicatie- en informatietechnologieën in ons leven. We hebben voornamelijk te maken met allerlei nieuwe digitale technologieën. Deze digitale revolutie komt voort uit onze behoefte aan personalisatie en interactiviteit (Carlson 2006, p. 97-98). Deze interactiviteit maakt dat kijkers geen passieve ontvangers zijn van media, maar zelf ook deelnemen aan de productieprocessen. Consumenten hebben op deze manier zeggenschap in de productie van mediaproducten gekregen en zijn zodoende actieve medeproducenten geworden (Hanna, Rohm and Crittenden 2011, p. 265). Kijk naar online diensten als Youtube of Wikipedia. Deze sites stellen de gebruikers in staat om zelf content voor de site te genereren. Kijkers hebben dus een deel van de regie in handen gekregen en deze macht van de consument komt terug in de manier waarop er vandaag de dag televisie wordt gekeken.

Er is namelijk in de loop van de tijd een trend ontstaan die samenhangt met de verschuiving van passieve ontvanger naar actieve medeproducent: bingewatching. Dit houdt in dat men meerdere afleveringen achter elkaar kijkt (Jenner 2014, p. 7). Welk kijkgedrag precies als bingewatching gedefinieerd kan worden, is persoonlijk (Ramsay, 2013). Valt het kijken van meer dan één aflevering of juist het kijken van meer dan een seizoen van een serie onder bingewatching? Uit onderzoek blijkt dat 61 procent van de gereageerde online televisiekijkers bingewatching definieert als het onafgebroken kijken naar twee tot drie afleveringen (Spangler, 2013). Individueel kijkgedrag en de behoefte om zelf te programmeren spelen een sturende rol in deze ontwikkeling (Jenner, 2014). De manier waarop er tegenwoordig televisie wordt gekeken is dus niet meer gelijk aan de traditionele manier waarbij je kijkt naar dat wat je aangeboden wordt. Maar de huidige trend is om televisie te kijken op die manier die jij prefereert.

Maar het traditionele live televisiekijken is nog niet voor iedereen verleden tijd. Mensen die nog live televisiekijken, gaan veelal niet mee met bepaalde technologische ontwikkelingen, omdat dat bijvoorbeeld door ouderdom moeilijk wordt gemaakt. Ook kunnen dit mensen zijn die de traditionele manier van televisiekijken prefereren boven nieuwe mogelijkheden van televisiekijken. Dit kan te maken hebben met de gewoontes van mensen of met een bepaald gevoel die mensen hebben bij het live televisiekijken. Bovendien zijn er programma’s die vragen om ‘live’ televisie te kijken. Dit zijn programma’s die ons als het ware verplichten om op het gevraagde tijdstip de televisie aan te zetten.  Hierbij moet je denken aan evenementen als de Olympische Spelen of live concerten. Zulke evenementen vragen ons om op het tijdstip van het evenement voor de televisie te zitten. Live televisiekijken creëert een gevoel van aanwezigheid en directheid. Dit soort elementen van live televisiekijken maakt dat de traditionele manier van televisiekijken aantrekkelijk blijft voor vele mensen (Gadassik 2010, p. 131). Het direct geadresseerd zijn, brengt voor kijkers een gevoel van intimiteit met zich mee (Bourdon 2000, p. 540). Doordat bepaalde programma’s om live televisiekijken vragen, is het beeld van je aanpassen aan wat de televisie aanbiedt dus nog niet compleet verdwenen.

Bij de introductie van de televisie in 1951 werd de televisie gezien als een live ervaring waarbij een gebeurtenis tegelijkertijd met de werkelijke gebeurtenis werd uitgezonden (Reinboud 2014, p. 9). Maar door technologische ontwikkelingen is het mogelijk geworden om eerder opgenomen content uit te zenden. De meeste mensen kijken dus nog wel ‘televisie’ maar dan op een manier anders dan de traditionele manier (Reinboud 2014, p. 4). We nemen niet meer, zoals vroeger, voor de televisie plaats om dan te kijken naar wat er uitgezonden wordt, maar nemen actief deel aan dit proces van programmeren. Verschillende vormen van liveness hebben met dit onderscheid te maken. Liveness werd vroeger gezien als de mogelijkheid tot het onderbreken van het kijken om kijkers te betrekken bij belangrijke gebeurtenissen die zich in het echte leven voordoen (Couldry 2004, p. 355). Bij traditioneel televisiekijken is er sprake van deze mogelijkheid tot het onderbreken van de programmering. De mogelijkheid om contact te maken met de echte wereld ontbreekt echter bij nieuwe televisieservices. De in hoge mate gepersonaliseerde en geïndividualiseerde digitale diensten staan deze macht van de media niet toe. Zo is bij de op internetgebaseerde services zoals Netflix sprake van een andere vorm van liveness. Het gaat hierbij om liveness in de zin dat men sociaal aanwezig is door de mogelijkheid tot interactie met de service (Uricchio 2009, p. 35).

Deze tweede vorm van liveness, met zijn nadruk op interactiviteit, is ook terug te vinden in de ontwikkeling van second screens. Second screens zijn de apparaten die men gebruikt, terwijl hij of zij televisiekijkt (Lee 2013, p. 41). Deze ontwikkeling van second screens komt net als de vormen van internet televisie voort uit de verminderde aandacht die men nog voor de televisie, in traditionele zin, heeft. Second screens moeten er echter voor zorgen dat men weer teruggaat naar het traditionele televisiekijken (Lee 2013, p. 41). Dit is in tegenstelling tot de nieuwe vormen van internet televisie die opkomen. Waar Netflix de aandacht voor live televisie steelt, brengen second screens deze aandacht weer terug. The Voice of Holland is een voorbeeld van een televisieprogramma die gebruik maakt van een second screen. The Voice of Holland heeft een applicatie, de RedRoom app, ingezet om de kijkers meer bij het programma te betrekken. Deze applicatie zorgt voor interactiviteit door exclusieve content, allerlei informatie en de mogelijkheid tot het beoordelen van de optredens aan te bieden. Aan de ene kant worden de kijkers door het inzetten van een second screen uitgenodigd om te participeren maar aan de andere kant kunnen de producenten informatie verzamelen met betrekking tot het kijkgedrag van de kijkers en hierop inspelen (Lee 2013, p. 53). Second screens vormen ondanks dat zij voortkomen uit de digitale revolutie zodoende een middel om kijkers weer voor de televisie te krijgen.

Het inzetten van second screens is een van de middelen die commerciële zenders gebruiken om kijkers aan te trekken. Second screens zorgen er door hun vorm van liveness voor dat kijkers zich meer betrokken voelen bij televisieprogramma’s en weer ouderwets voor de televisie plaats willen nemen (Bourdon 2000, p. 531). Maar commerciële zenders proberen ook kijkers te winnen door zich te onderscheiden van online televisiediensten. Ze moeten namelijk niet aankomen met content die ook op digitale diensten te vinden is, maar met content die hun uniek maakt. Dit doen ze vooral door of live programma’s of eigen producties uit te zenden. Eigen producties als Ik hou van Holland en Divorce maken dat mensen wel de televisie op het gewenste moment aanzetten, omdat ze deze programma’s niet op online televisiediensten kunnen vinden en zo niet volgens hun eigen voorkeuren kunnen kijken. Commerciële zenders voelen de populariteit van digitale diensten en doen daarom hun best om kijkers aan te trekken door onderscheidende content te leveren (Benjamin, 2015).

Voorbeelden van online televisie diensten die niemand ontgaan zijn, zijn Hulu, Amazon en Netflix. We kijken allemaal al te graag onze favoriete serie of film en deze digitale diensten maken dit heel eenvoudig voor ons mogelijk. Deze streamdiensten zijn namelijk zo ontworpen dat men zonder al te veel moeite zijn of haar kijkmoment kan pakken en deze zelf kan invullen. Het idee van zulke video-on-demand-diensten is om eerder verschenen content aan kijkers aan te bieden (Jenner 2014, p. 4). Maar wat Netflix daarnaast te bieden heeft, zijn zelfgeproduceerde series, waaronder House of Cards en Orange is the New Black. Netflix onderscheidt zich van andere streamdiensten door de eerste te zijn in de keten van de verschillende media die het product aanbieden (Jenner 2014, p. 5). Deze producties van Netflix zelf worden bovendien op een andere manier aangeboden aan de kijker, namelijk in seizoenen in plaats van afleveringen. Dit is in lijn met de vrijheid die kijkers graag hebben in hun keuzes en in lijn met het kijken van meerdere afleveringen achter elkaar, bingewatching. Het geven van meer controle over de programmering van het kijkgedrag, het zogenoemde viewer-empowering model, is dan ook een belangrijk goed van Netflix en maakt dat deze digitale dienst zo’n succes is (Reinboud 2014, p. 6).

Behoeften aan onder meer personalisatie, individualisatie en interactiviteit hebben ertoe geleid dat er verschillende digitale diensten in ons leven zijn gekomen. Een van de gevolgen van deze ontwikkeling is dat we anders televisie zijn gaan kijken. We zijn televisie gaan kijken op onze eigen manier: we kijken wat, waar, wanneer en hoeveel we maar willen. Hierbij is het live televisiekijken niet zomaar verdwenen als gevolg van de digitale revolutie en worden verschillende (digitale) middelen ingezet om het traditionele televisiekijken weer aantrekkelijk te maken. Maar het is te verwachten dat met de tijd de digitale manier van televisiekijken de traditionele manier van passief voor de televisie plaatsnemen zal gaan overnemen.