enjoy poverty
SPAT recenseert

Betalen voor armoede: de spraakmakende visie van Renzo Martens

Geëngageerde kunstenaars, oftewel kunstenaars die betrokken zijn bij de maatschappij, kunnen een dubbele boodschap uitstralen. Aan de ene kant streven zij er naar mistanden aan de kaak te stellen en aan de andere kant moet het natuurlijk ook ‘verkopen’. Hoeveel behoefte heeft de wereld eigenlijk aan deze kunstvorm? Een spraakmakende kunstenaar hierin is Renzo Martens. Met zijn documentaire Episode III-  Enjoy Poverty (2008) laat hij letterlijk een heel ander beeld zien van hoe kunst ‘hoort te zijn’.

Kunstenaars zetten hun kunst op verschillende manieren in. Zij kunnen kunst maken enkel als een uiting op innerlijke emoties, maar ook gebruiken makers hun werken vaak als inzet voor een betere wereld. Zij willen hierbij mensen shockeren of tot beweging aanzetten. Bij Renzo Martens gaat de boodschap verder dan dat. Met zijn documentaire Enjoy Poverty III laat hij zien dat Afrikanen hun armoede uit zouden moeten buiten, omdat dit een kostbaar product voor ze is. Armoede als exportproduct dus. Als het Westen verdient aan de armoede, waarom zouden de ‘eigenaren’ van armoede dat niet mogen doen? Met zijn spraakmakende visie laat Martens een ongemakkelijke kunstvorm zien die misschien wel verder gaat dan enkel geëngageerde kunst. Bij hem gaat het om kijken en bekeken worden. Martens onderzoekt niet alleen misstanden, maar wil zelf onderdeel worden van het hele project. Naast zijn eerder gemaakte documentaire Episode I is Episode III het spraakmakende vervolg. Episode II volgt later en zal de andere twee films met elkaar verbinden.

Als onderdeel van zijn eigen documentaire speelt Martens een vrij dubbelzinnige rol. Aan de ene kant is hij de ondervrager van instanties die, in zijn ogen, geld verdienen aan armoede. Aan de andere kant belichaamt hij precies de blanke man die Afrika komt bezoeken en die hij zelf ogenkennelijk verafschuwt. Wie is de kunstenaar achter Renzo Martens en wat zijn zijn persoonlijke doelstellingen of beweegredenen? Martens studeerde politieke wetenschappen en beeldende kunst aan de Gerrit Rietveld academie. Toen hij daarmee klaar was, werd hij in 2013 een van de deelnemers aan de Yale World Fellow Program. Yale ondersteunt hierbij geëngageerde leiders die een verandering in de wereld proberen uit te voeren. Ook onderzoekt Martens de rol van een camera, journalisten en instanties in conflictgebieden. Zo legt hij in Episode III aan jonge Congolese fotografen uit hoe ze armoede het beste in beeld kunnen brengen. Dit doet hij door ze te vertellen om ribben van jonge kinderen vast te leggen op beeld. Door hun eigen armoede als het ware te verkopen, zouden ze er zelf van kunnen ‘profiteren’. Dit is voor de westerse wereld een ongemakkelijke gedachte. Het is een relevante vraag om stil te staan bij het feit dat de westerse fotografen eigenlijk niets anders doen dan dat, terwijl niemand hun rol daar in twijfel trekt. In Episode III blijkt dat instanties daar meestal niet van gediend zijn en er vaak enkel materiaal van westerse fotografen wordt aangenomen. Hier stelt Martens een interessant vraagstuk aan de kaak, want waarom zouden Congolezen geen geld mogen verdienen aan hun eigen foto’s over hun eigen armoede?

Naast de gespleten persoon Renzo Martens bleek de film ook twee kanten te hebben. Aan de ene kant was het een groot succes: het was de openingsfilm van het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA). Aan de andere kant kreeg het ook veel kritiek van onder andere ontwikkelingsorganisaties. Martens wordt verweten veel vragen te stellen, maar in feite weinig antwoorden te geven. Waar de film begon als een soort idealistisch project eindigt het in een zucht van realiteit. De realiteit van de huidige situatie in Afrika. Die zucht is te horen in de zalen waarin de film vertoont wordt, de huiskamers als de film op tv te zien is en iedereen die erover leest. Een zucht van ongemak: want hoe ongemakkelijk is het eigenlijk om te betalen voor armoede?

Er is niet alleen kritiek op de film Episode III. Er is ook kritiek op de gehele geëngageerde kunstwereld. Met name kunstcritici hebben kritiek op de beweegredenen achter deze geëngageerde kunst. Zo stelt kunstcriticus Hans den Hertog Jager dat deze kunstvorm  voorspelbaar, links, naïef en clichématig zou zijn. Volgens de criticus zou geëngageerde kunst haar kracht hebben verloren, omdat het zich begeeft op een terrein waar er al verschillende geëngageerde, maar vooral effectievere stromingen te vinden zijn. Als een kunstenaar, in dit geval Renzo Martens, werkelijk geëngageerd wil zijn waarom zou je dan nog kunst maken en wordt hij geen politicus of journalist? Volgens Anna Tilroe, kunstcriticus bij het NRC Handelsblad, zou engagement vooral een vorm van marketing zijn. Toch is Martens niet de enige kunstenaar die geëngageerd te werk gaat. Ondanks de kritiek zijn er de laatste jaren steeds meer geëngageerde kunstenaars bijgekomen. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan Banksy die (politieke) boodschappen uit via muurschilderingen. Misschien kan je je afvragen of alle kunst niet een beetje geëngageerd is, omdat het een reflectie van gebeurtenissen van de wereld vertoont.

Toch levert Martens met zijn Episode III eigenlijk zelf kritiek op de westerse (kunst)wereld. Met zijn documentaire neemt hij een kritische houding aan tegenover de westerse kunst, bijvoorbeeld fotografie, dat soms ten koste gaat aan uitbuiting. Zo ontpopt Episode III zich tot het punt van kritiek an sich.

In een wereld waarin we altijd toegang hebben tot het nieuws, de laatste berichten, live-televisie en social media lijkt de rol van de kunstenaar, die ons op harde (politieke) feiten zou moeten wijzen, misschien overbodig. Ook zonder Episode III kunnen we immers informatie vergaren over armoede en uitbuiting. Toch blijft de manier waarop Renzo Martens ongemakkelijke vraagstukken voorlegt aan de kijker misschien wel effectiever dan het ‘gewone’ nieuws op tv. Het laat ons kritisch naar onszelf kijken in plaats van naar het leed van een ander.