SPAT onderzoekt

Beweging in Groningen, stilstand in de media?

Op 24 maart staat de teller op 159.619 handtekeningen. De petitie “laat Groningen niet zakken” van cabaretier en Groninger Freek de Jonge lijkt een groot succes te zijn. “Aardbevingen, veroorzaakt door gaswinning, hebben het leefklimaat in de provincie Groningen voor een groot deel verwoest. Schadeafhandeling stuit op spanning tussen rechtvaardig en rechtmatig. Woningen en gebouwen zijn onveilig. Gedupeerden voelen zich vaak ‘gevangen in een onveilige gevangenis.” Ook de cijfers liegen er niet om: het beweegt in Groningen. En niet alleen onder de grond, maar ook onder de bewoners van het aardbevingsgebied.

De aardgasbubbel van duizend euro

Nog geen duizend euro kreeg boer Boon nadat hij een gasbel ontdekte op zijn land. De overheid daarentegen, heeft zo’n 211 miljard euro verdiend aan de gasbaten uit Groningen. Zo blij was boer Boon dus niet met de door Napoleon in 1810 ingevoerde Mijnwet. Deze wet zorgde ervoor dat de boer geen recht heeft op inkomsten uit de gasbel op zijn land. Door de wet is de staat eigenaar van alle delfstoffen in zijn gebied. De grondeigenaar moet toestemming geven voor het boren op zijn land. En daarom heeft boer Boon maar duizend euro gekregen voor het boren op zijn land. Dit staat in schril contrast met de hoeveelheid inkomsten die de overheid krijgt uit het grootste gasveld van Europa. Maar deze inkomsten zijn wel goed gebruikt: onder andere voor het financieren van het complete zorgstelsel en voor projecten zoals de Deltawerken in Nederland.

In mijn woonplaats Groningen is het bijna vanzelfsprekend dat mensen tegen de gaswinning zijn; immers: zij ervaren de negatieve gevolgen hiervan in levende lijve. De gaswinning zorgt voor aardbevingen, waardoor bewoners van het aardbevingsgebied zowel materiële als emotionele schade ervaren. De laatste tijd zien we steeds meer berichtgeving rondom de aardbevingen in Groningen. De media, als onafhankelijk orgaan, kan hierin twee standpunten vertegenwoordigen: die van de mensen voor de gaswinning, en van de mensen tegen de gaswinning zijn. De media hebben een rol in het op kaart zetten van maatschappelijke problemen, dit wordt ook wel agendasetting genoemd (Cohen, 1963).

NIMBY-effect

Door het in beeld brengen van de aardbevingsslachtoffers in Groningen kan de maatschappelijke opinie over de gasboringen in Groningen veranderd worden. De media hebben namelijk deze macht om de houding richting bepaalde maatschappelijke problemen te beïnvloeden, zoals wetenschappelijk onderzoek onderschrijft (Gamson e.a., 1992).

Maar hoe verder weg iets plaatsvindt, hoe minder betrokken we ons voelen bij het probleem. Voor journalisten geldt dan ook de formule: hoe dichterbij een gebeurtenis, hoe relevanter voor het nieuws. Wat hier vooral invloed op heeft, is het effect dat ook wel het NIMBY-effect wordt genoemd. Het NIMBY-effect (Not In My BackYard) zorgt ervoor dat sommige mensen ontwikkelingen wél toejuichen, maar hier zelf geen consequenties van willen ervaren (Vlaanderen wordt dit effect beschreven als het NIVEA-effect: Niet In Voor- En Achtertuin).

Als je het NIMBY-effect toepast op de aardbevingsproblematiek, dan is de reactie van het grootste gedeelte van de bevolking vrij logisch: zij vinden dit prima, want ze profiteren van de gaswinning omdat het de schatkist van Nederland vult. Een klein gedeelte van de bevolking ervaart ook werkelijk de negatieve effecten van de gaswinning, waardoor ze zich onbegrepen voelen.

Aarbevingen in de media

In zijn masterscriptie over de berichtgeving van de kranten ontdekte David van der Meijs dat, niet zoals verwacht, er geen relatie is tussen de toegenomen en krachtigere aardbevingen en het aantal gepubliceerde artikelen in nationale kranten. Maar, het aantal artikelen bereikt wel telkens een piek – inderdaad- als er ook werkelijk een aardbeving heeft plaatsgevonden. De regionale kranten daarentegen berichten meer negatief over de gaswinning -immers- de gevolgen worden in de regio ook meer ervaren.

De nationale kranten focussen zich meer op de economische gevolgen van de gaswinning, waar regionale kranten meer de nadruk leggen op human interest.  Dagblad van het Noorden publiceerde bijvoorbeeld een geheel dossier gewijd aan de slachtoffers van de aardbevingen: “Het verdriet van Groningen”.  Het landelijk platform Upcoming geeft ook aandacht aan de slachtoffers in Groningen, maar dan in de vorm van een satirische fotoserie over de “aardbevingsslachtoffers in Groningen”.

Hoewel, de laatste jaren lijkt het tij gekeerd bij de media. Waar de landelijke media eerst nog vooral in positieve zin berichtten over de gasboringen (“Wat een drukte om wat aardschokjes” in De Volkskrant, 2013), lijkt de laatste jaren het besef te zijn doorgebroken (“NAM aansprakelijk gesteld voor psychisch leed na beving: ‘Dit is een doorbraak’ in De Volkskrant, 2017).

De media hebben, naast de taak van agendasetting, ook invloed op de angstperceptie voor aardbevingen van de bewoners (Paton et al, 2005).  Dit bleek uit een onderzoek in het Groninger Panel. Een van de geïnterviewden meende het volgende:

“Door de berichtgeving in de media vraag ik mij af of ik me misschien meer zorgen moet maken over aardbevingen dan ik doe”.

De aandacht van de media zorgt er namelijk voor dat mensen kritisch naar het probleem kijken, de risico’s ervan kennen en angst ontwikkelen (Paton et al, 2005). Wanneer de media aandacht besteden aan de aardbevingsproblematiek, wordt niet alleen heel Nederland, maar ook de inwoners van het aardbevingsgebied zelf zich bewust van het risico: de grond trilt, en dit is gevaarlijk.

Aardbevingwijzer

Op 12 december 2016 werd de aardbevingwijzer gelanceerd op een basisschool in het aardbevingsgebied. Dit is een lesprogramma voor basisscholen in Groningen waarbij de kinderen wordt geleerd wat ze kunnen doen bij een aardbeving. “Leer hoe jij je goed voorbereidt op een aardbeving. Of wat je het beste kunt doen als er een aardbeving is of erna!” Hieruit blijkt ook dat de bevingen niet zomaar “wat aardschokjes” zijn, waar de nuchtere Groningers  zich vééééél te druk om maken. Naast alle protesten, zijn er zelfs lesprogramma’s opgericht zodat kinderen weten wat ze moeten doen bij een aardbeving.

Kortom, de media lijkt haar opinie te hebben aangepast over de aardbevingsproblematiek. Enkele jaren geleden werden de aarbevingen nog weggezet als een paar “aardschokjes”, en nu wordt er serieus ingegaan op de psychische en materiële schade van de bewoners. Maar, dit is nog niet genoeg. Nog steeds verschijnen er artikelen waarin de aardbevingen worden weggezet als “ongevaarlijk”. Groningen staat niet op instorten!  De petitie “Laat Groningen Niet Zakken” en de aardbevingswijzer zijn concrete voorbeelden die de tegenovergestelde opinie van de bewoners zelf tonen.  De bewoners van Groningen besteedden dus al veel aandacht aan de veiligheid in het aardbevingsgebied. Nu de landelijke media nog!