SPAT onderzoekt

Waarom we open moeten zijn over depressie

Depressieve mensen stuiten op veel onbegrip. Ook ik stuit op veel onbegrip. De onwetendheid achter dit onbegrip snap ik zeker, want depressie is een ingewikkeld onderwerp. Zo begrijp ik mezelf vaak niet eens. Hoe verklaar ik bijvoorbeeld dat ik het ene moment niet de deur uit durf en het andere moment op de bar sta te dansen? Ondanks dat ik al jaren therapeutische hulp heb en enkele maanden opgenomen ben geweest, accepteer ik nog steeds niet dat ik depressief ben. Dat heeft mede te maken met de manier waarop we met depressie omgaan: ik neem mezelf en het onderwerp depressie niet serieus. Doordat ik er niet altijd open over kan en wil zijn, houd ik het taboe op depressie mede in stand. Hoe kunnen we anders omgaan met het taboe?

Taboe doorbreken
Een van de kenmerken van een depressie is terugtrekkend gedrag. Iemand laat dus niet merken dat hij of zij depressief is. Doen alsof depressie er niet is en er niet over spreken, maakt het een taboe. Maar zoals ik al schetste, kan een depressief iemand zich niet zomaar openstellen. Daarbij zorgt ons brein dat depressie een taboe blijft: psychiater Esther van Fenema noemt dat mensen negatief reageren wanneer ze in aanraking komen met aan depressie geassocieerde begrippen.

Om depressie gangbaarder en draagbaarder te maken, is het nodig om álle kanten van depressie te tonen. Ik merk dat mensen gezien en gehoord willen worden: ieder mens voelt zich graag geliefd. Zowel de depressieve persoon als diens omgeving kunnen stappen naar elkaar zetten. Wanneer we openheid creëren in de persoonlijke sfeer, zullen we van elkaar leren en ons verbonden voelen. Ook kent depressie heus niet alleen negatieve kanten, maar ook positieve. Zo zorg ik bewuster voor mezelf en kan ik anderen beter aanvoelen en steunen. En daarnaast: mensen met een depressie zijn meer dan hun ‘ziekte’!

‘Om het taboe te doorbreken, moeten we álle kanten van depressie tonen.’

Depressie serieus nemen
De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) noemt depressie een serieus gezondheidsprobleem: “Depression is the leading cause of disability worldwide, and is a major contributor to the overall global burden of disease”. In 2030 zal depressie de grootste ziekte van de wereld zijn volgens de WGO. De grote omvang maakt het een belanghebbend onderwerp.

Volgens de WGO vormen sociale, psychologische en biologische factoren iemands gevoeligheid voor depressie. De organisatie wil dat de driehonderd miljoen depressieve mensen ter wereld ‘een normaal leven’ kunnen leiden en stelt dat de samenleving kan bijdragen aan de vermindering van de ziekte. De omgeving beïnvloedt namelijk de voorkomendheid en ernst van depressie. Volgens hoogleraar Wetenschapstheorie en Geschiedenis van de psychologie Trudy Dehue bepaalt het beeld dat we van psychische problemen hebben de inrichting van ons gezondheidsbeleid en de manier waarop we met elkaar omgaan (Dehue, 2015, p. ii). Omdat het iedereen aangaat, moeten we het onderwerp dus serieuzer nemen.

Depressie in Nederland
Depressie lijkt zowel een taboe als een trend te zijn. Dehue schreef over de toenemende depressiebestrijding in Nederland. Het Tijdschrift voor Psychiatrie zegt dat Dehues boek slordigheden bevat en enkele beweringen omstreden zijn. Toch maakt Dehue meerdere goede punten over depressie. De hoogleraar zegt bijvoorbeeld dat de ziekte sinds de vorige eeuw een opmars maakte en steeds meer gezien wordt als een medisch probleem (Dehue, 2015, p. i).

Dehue benadrukt de tegenstrijdigheid tussen de groeiende trend van depressiebestrijding en de opvatting dat Nederland tot de gelukkigste landen ter wereld behoort (p. ii). Ze geeft hierbij aan dat depressie een gevoelig onderwerp is, dus dat we er verantwoordelijk mee om moeten gaan (ibidem). Doordat de ziekte veel voorkomt maar we de ernst ervan ondermijnen, is het belangrijk om te onderzoeken wat depressie voor individu en gemeenschap betekent en hoe we om kunnen gaan met deze gevoelige kwestie.

Taboes rond depressie
Het aantal jongeren met depressieve klachten groeit. Verschillende sociale projecten willen de psychische klachten onder jongeren bespreekbaar maken. Betrokkenen hiervan merken dat er een taboe op depressie ligt. Van Fenema wil een einde maken aan de ‘zinloze taboes’ die onze samenleving kent. Ze wil dat we leren wat depressie nu écht is. Volgens haar wordt herstel gemakkelijker en de kans op arbeidsuitval kleiner als we openheid creëren. Openheid lost de problemen van depressie natuurlijk niet op, maar toch kan het velen helpen om met anderen te praten. Want wanneer je op begrip van anderen stuit, voel je je minder alleen.

Van Fenema zegt dat jongeren ‘leuk, succesvol en gelukkig’ moeten zijn en ze wil dat veranderen. Ook jongeren zelf willen de taboes rondom depressie doorbreken. Een groep studenten brengt persoonlijke verhalen naar voren en hoopt dat jongeren zo zien dat ze niet alleen zijn. Door banden op te bouwen, zullen angsten verminderen. Ook deze jongeren benadrukken dus het belang van de gemeenschap.

Eenzaamheid
Hoogleraar Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Luc Goossens beklemtoont tevens het belang van contacten. Volgens hem is eenzaamheid een van de dingen die tot depressie kunnen leiden: eenzaamheid en depressieve gevoelens versterken elkaar. De unieke eigenschappen van de mens maken ons sterk in sociale contacten. Eenzaamheid treedt volgens Goossens op wanneer deze niet naar voren komen. Kortom, we hebben anderen nodig.

Volgens Goossens rust er op eenzaamheid onder jongeren een taboe, omdat zij gelukkig zouden moeten zijn. Toch zegt hij dat we anderen nodig hebben wanneer we minder lekker in ons vel zitten: wanneer mensen zich verbonden voelen met anderen, putten ze daar kracht uit. Door steun te vinden in onze omgeving en binnen de maatschappij meer voor elkaar te zorgen, staan we sterker tegen depressie.

‘We hebben anderen nodig in de strijd tegen depressie.’

Aandacht en kennis: niet hetzelfde
Een kritische noot in de aandacht voor depressie brengt J. Rubenkamp. Deze auteur zegt dat media te veel nadruk leggen op het taboe-zijn van depressie: “Elke keer dat er over het taboe wordt geschreven, gesproken of überhaupt wordt gepubliceerd wordt deze bevestigd, niet ontkracht”. Volgens Rubenkamp werkt de media-aandacht tegenstrijdig, omdat deze zorgt dat de openheid juist verkleint. Mensen met een depressie willen iemand open benaderen als ze iemand nodig hebben, in plaats van de druk en verwachtingen van de maatschappelijke aandacht voelen.

Het onderwerp depressie is zwaarbeladen en er bestaan vele misvattingen over. Het probleem van het taboe zit volgens Rubenkamp in de maatschappij die niet goed weet wat depressie is. Zo noemt ook Van Fenema dat niet iedereen met een depressie suïcidaal is en dat depressie naast neerslachtigheid vele andere symptomen kent. Zij wil dat de kennis binnen de samenleving verbetert, zodat schaamte, stigma en taboe afnemen. Minder onwetendheid en onbegrip leidt volgens Rubenkamp tot een ‘doorbreking van het taboe op het depressietaboe’. Kortom, meer échte kennis is gewenst

Depressie betekent voor iedereen iets anders, dus ga met elkaar in gesprek!