SPAT onderzoekt

De geschiedenis van een ander feminisme

Na de women’s march in februari was op verschillende internationale journaals te zien hoe vrouwen van over de hele wereld samen in actie kwamen. Het was een beeld van hoop en sisterhood, maar op sociale media klonken er ook sceptische woorden. Zouden deze vrouwen, die naast elkaar stonden in Washington, Amsterdam en Parijs, ook naast de moslimvrouwen van de wereld staan op het moment dat zij het land worden uitgezet of hen wordt gedwongen de hoofddoek af te doen?

Feminisme heeft de neiging om de ervaringen en levens van een specifiek soort vrouwen te benadrukken: blanke vrouwen. Het feminisme van deze tijd wordt dan ook geleid door vrouwen met een bepaalde huidskleur, vrouwen als Lena Dunham, Amy Schumer of Emma Watson. En dat is niets nieuws. Het is het resultaat van het zogenoemde white feminism: eenzijdige verhalen van een feminisme dat zegt te strijden voor ons allemaal. Een exclusief feminisme dat niet-blanke vrouwen geen plek laat om hun verhaal te doen en daarbij hun belangen niet vertegenwoordigt. Het is belangrijk om te realiseren dat er daarbij zoiets als een racial gaze bestaat, net zoveel als de male gaze (Friedman). Hiermee wordt bedoeld het meegaan met de trending topic van ras en witte academici die geïnteresseerd schrijven over het concept “de zwarte vrouw”, zonder zwarte vrouwen te betrekken bij de discussie. Om niet in die valkuil te vallen is het hier de bedoeling om kritischer te kijken naar de ervaringen die vaak besproken worden in feministische artikelen.

Aan het begin van de negentiende eeuw kwam het feminisme op in de vorm van actief strijden voor vrouwenkiesrecht. Zwarte vrouwen in Amerika kwamen daardoor voor een conflict te staan. Ze konden kiezen tussen twee groepen die niet volledig voor hun belangen opkwamen. Aan de ene kant waren er de blanke vrouwen die verwachtten dat zij met hen streden voor vrouwenrechten. Aan de andere kant werden ze ook geacht achter de zwarte mannen te staan in hun strijd voor het kiesrecht. Ze werden voor het blok gezet: ze moesten kiezen tussen hun vrouwelijkheid en hun huidskleur. Ze moesten dus één van de twee essentiële delen van hun identiteit achterwege laten. En in de jaren zestig was dat nog niet veranderd. De Civil Rights Movement vocht tegen het geweld tegen zwarte Amerikanen door blanke politieagenten. Tegelijkertijd kwam er een revolutie opgang onder de naam de New Left, een stroming die nieuwe ideeën had op het gebied van gender, LGBTQ en abortus. Al die tijd was er geen organisatie met groot gevolg die de twee identiteiten van zwarte vrouwen in acht nam en al hun specifieke belangen nastreefde.

Omdat deze vrouwen niet vol achter het feminisme van de tijd stonden, werden ze veelal bekritiseerd. Ze zouden geen interesse tonen in dit feminisme. Een kritiekpunt dat meer hout snijdt is dat feminisme er niet in slaagde om vrouwen van niet-blanke etniciteit aan te trekken door ook te vechten voor hun belangen. In Australië was het bijvoorbeeld zo dat feminisme een belangrijk stroming was voor blanke vrouwen in de jaren ’60, terwijl Aboriginals pas rond begin jaren ’70 dezelfde rechten genoten als blanke Australiërs. Voor die tijd was scholing en zorg niet voor hen bedoeld. De doelen en belangen van de Aboriginals en de blanke feministische beweging was dan ook zo extreem verschillend dat zij geen overeenkomsten met hen voelden en dus geen aansluiting vonden (Tikka Jan Wilson).

Dat het feminisme niet voor alle vrouwen opkomt, is volgens politicoloog en feminist bell hooks[1] het resultaat van een feminisme (in bijvoorbeeld Amerika) dat teveel op één aspect van de identiteit van de vrouw focust, haar vrouwelijkheid. In Ain’t I a woman merkt ze op dat de raciale identiteit van de vrouw volledig achterwege wordt gelaten (p.8) Daarmee wordt niet alleen de zwartheid van de zwarte vrouw, maar ook het racisme waar zij mee te maken heeft genegeerd. Daarnaast wordt ook de witheid van de blanke feministen afgedaan als onbelangrijk in de discussie. Zo zegt bell hooks: “Black women] are rarely recognized as a group separate and distinct from black men, or as [a] part of the larger group “women”’ (p.7). Op deze manier werden veel zwarte vrouwen buiten deze sisterhood gesloten en vielen ze buiten de boot van de vrouwengemeenschap.

bell hooks gaat nog een stap verder door te constateren dat de ervaringen die we van blanke vrouwen uit de media en (academische) literatuur verkrijgen, racisme in de hand speelt. De eentonigheid van deze ervaringen versterkt het idee dat niet-blanke vrouwen geen ervaringen hebben met vrouwonvriendelijk gedrag of racisme en plaatsen Women of Color buiten de discussie(p.8). Er wordt met twee maten gemeten: aan de ene kant worden zwarte vrouwen geacht te kiezen tussen zwart zijn of vrouw. Terwijl aan de andere kant de witte huidskleur (en de privileges die daarbij horen) van blanke vrouwen niet erkent worden. Er wordt gevochten voor belangen van bepaalde vrouwen terwijl feminisme voor ‘alle’ vrouwen voor zou moeten staan. Eind jaren ’80 was het mensenrechtenadvocaat Kimberlé Williams Crenshaw die met het idee van ‘intersectionalisme’ daar verandering in achtte te brengen. Intersectionisme betekent in deze context dat de identiteit van een persoon uit meer dan 1 aspect bestaat; gender, sekse, ras en meer bouwen allemaal mee aan één persoon en alle delen zijn deel van de ervaringen die mensen hebben gehad.

In het huidige politieke klimaat mag het niet meer zo zijn dat vrouwen moeten kiezen tussen de strijd tegen racisme of seksisme. We zouden ons juist moeten verenigen om voor iedereen gelijkheid te verkrijgen. Een inclusief feminisme strijdt op alle fronten tegen ongelijkheid. In het verleden was dat anders, maar met de kennis van nu kunnen we ons weren tegen deze valkuilen om samen een inclusiever -isme kunnen creëren, of dat nou feminisme of womanism is. Een –isme die representatief is voor iedereen en waar ruimte is voor alle vrouwen om hun verhaal te vertellen.

[1] Voor bell hooks is de inhoud van haar werk belangrijker dan haar naam, dat is de reden dat zij ervoor heeft gekozen om haar naam zonder hoofdletters te schrijven.