spat
SPAT erop uit

SPAT Debat: wat heb je aan je universitaire status in de praktijk?

Ruim 250.00 studenten staan dit jaar ingeschreven op een universiteit en bijna tweehonderdduizend meer op een hbo-instelling. Lang niet elke vwo leerling komt automatisch op een universiteit terecht. Veel van hen vinden de universiteiten vaak niet praktisch genoeg en kiezen dan voor het hbo, want wat heb je aan de theorieën van Foucault of de modellen van Keynes als je later achter een bureau zit?

Op de door SPAT georganiseerde debatavond, in samenwerking met Humanities Honours van de Universiteit Utrecht, stond dit thema centraal.  Ruim twintig studenten en een deskundig panel met Nicoline Baartman (journalist bij o.a. de Volkskrant), Peter Schrijver (faculteitsbestuur UU), Arnoud Visser (directeur Honours College UU), Sanne Sprenger (Praktijkdocent en stagebegeleidster) en Sjoer Bergervoet (Career Officer) gingen met elkaar in debat.

Meer dan studeren
De eerste stelling die de debatavond werd besproken was de volgende: ‘Het hbo bereidt beter voor op praktijk dan wo’. Op het eerste gezicht lijkt dit een logische stelling. Hbo-studenten lopen verplicht stage en volgen vakken gericht op de praktijk. Maar wie er langer over nadenkt, ziet dat universiteiten ook hierop voorbereiden. Volgens één van de studenten in de zaal bereidt de universiteit namelijk wel degelijk voor op de praktijk, maar valt dit veel minder op. Veel studenten doen namelijk iets naast hun studie, zoals een commissie of schrijven voor een website. Deze motivatie komt alleen niet vanuit de universiteit, maar er wordt een pro-actieve houding van de studenten gevraagd. Een houding die lijkt op de manier van studeren op de universiteit.

Maar als we kijken naar de vakken op de universiteit lijkt het erop dat de concepten en theorieën waarmee studenten in de collegezalen ijverig aan de gang gaan, vaak niet op de vaardigheden lijken die ze later in de beroepspraktijk nodig gaan hebben, tenzij ze werkzaam blijven op de universiteit of wetenschapper willen worden. De vakken zijn gericht op het doen van onderzoek of laten je ongrijpbare theorieën toepassen op hedendaagse kwesties. Wat je hier wel leert, is het kritisch denken over een theorie of kwestie. Een eigenschap die later goed van toepassing kan komen.

Hier voegt Peter Schrijver aan toe: ‘’Het is essentieel dat als je WO doet, je gaat studeren om een onderdeel van de wereld beter te begrijpen. Als je geschiedenis gaat studeren, wil je alles weten over waarom de wereld er nu uit ziet en als je Communicatie- en Informatiewetenschappen studeert wil je wilt weten hoe het zit met alle vormen van communicatie. Theorieën zijn hierin middel en zeker geen doel. Studeren begint dan ook met enthousiasme en ga vooral niet zeuren over de arbeidsmarkt: ga je uitleven, kijk wie je bent en leer wat moeilijk is.’’

Toch vinden veel studenten dit niet genoeg en kiezen ervoor vrijwillige in hun vrije ruimte of na hun studie een stage te lopen. Vaak zijn dit studenten die de praktijk in de universiteit missen of niet weten wat ze na hun bachelor willen gaan doen. Een praktijkstage helpt je in het verbeteren van je praktische vaardigheden en laat je beter concurreren met hbo’ers die vaak na hun studie al een of meerdere stages achter de rug hebben. Het toepassen van kennis op een actieve manier van de studie die je volgt, is namelijk een groot voordeel van stage. Toch ging een verplichte stage voor studenten op de universiteit voor de aanwezige deelnemers aan het debat te ver. Sanne Sprenger, begeleidster van veel studenten die stage lopen ziet nog meer voordelen aan het lopen van stage: ‘Ondanks dat stage vaak tot uitloop leidt, hebben studenten vaak wel beter het gevoel wat ze met hun studie kunnen. Daarnaast helpt het bij velen bij de keuze van hun master.’

Weg met het HBO?
Sommige studenten zien dus graag meer praktijk in hun studie en het afschaffen van het binaire stelsel kan hier een oplossing voor zijn. Het binaire stelsel wil zeggen dat het hoger onderwijs is opgedeeld tussen het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. Mocht dit verdwijnen, dan zal elke hogeschool en universiteit, universiteit genoemd worden. Dit soort systemen zien we in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Zo zegt een deelnemer aan het debat: ‘‘We moeten af van stereotypes als intelligentie, hoe het getoetst wordt en onderwezen. Dan kom je vanzelf van het binaire stelsel af. Op sommige plekken wordt het al gedaan, door vakken op verschillende niveaus te geven bijvoorbeeld.’’

Ook beginnen universiteiten met stages steeds meer op een hbo te lijken en hbo-instellingen die zich sinds kort meer richten op onderzoek lijken steeds meer op universiteiten. Dat deze langzaam in elkaar overvloeien is dus een natuurlijk proces. Peter Schrijver ziet dit niet zo snel gebeuren, doordat het niveauverschil tussen studenten het grootste argument is om het binaire stelsel in stand te houden. Dit verschil los je nooit op, ook in landen zonder binair stelsel laat zich een rangorde zien in universiteiten die goed aangeschreven staan en die minder populair en goed zijn.

Het maken van de tegenstelling tussen het hbo en de universiteit is te makkelijk. Het hbo bereidt je namelijk niet beter voor op de arbeidsmarkt, maar enkel op een andere manier. Op de universiteit kom je juist steeds meer manieren om je toch beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Een samensmelting van beide onderwijsinstituten ligt dus niet voor de hand en de scheiding, die redelijk uniek is in de wereld, zal nog jaren voortbestaan.

Ook een keer een debatavond bijwonen? Houd SPAT op Facebook in de gaten!