SPAT onderzoekt

Steeds meer hongersnoden door menselijk handelen

Vanuit Jemen, Nigeria, Somalië en Zuid-Soedan klonk begin dit jaar een smeekbede om eten. Het is de zoveelste hongersnood die uitbrak in derde wereldlanden. Al decennia lang keert het fenomeen van droogte en schaarste terug in deze gebieden en zetten goededoelenorganisaties acties op touw om voor eens en altijd korte metten te maken met de lege magen en opgezwollen buiken. Hoe kan het dat het tij maar niet lijkt te keren?

Nog even en dan staat de zomervakantie voor de deur, waarin jij misschien op een welverdiende zonvakantie naar het middellandse zeegebied gaat – met natuurlijk het onbeperkt eten en drinken inbegrepen. Helaas heeft niet iedereen dat vooruitzicht. Waar wij voldoende voedsel voor iedereen produceren en zelfs aan voedselverspilling doen, lijden anderen honger. In maart verschenen spotjes over de dreigende hongersnood op televisie en werd Giro555 door samenwerkende hulporganisaties geopend, tijdens een nationale inzamelactie.

In de media werd gelijk van alles geroepen over de oorzaken en de verbanden van deze stille ramp. Tussen al het geweld uit Syrië en de aanslagen in Europese en Aziatische hoofdsteden leek het alsof hiervoor maar nauwelijks ruimte was in het journaal. Zo snel als de Giro555-actie werd opgezet, verdween de nieuwswaardigheid van het verhaal weer van de beeldbuis. Dat zegt niet dat de hongersnood voorbij is in Jemen, Nigeria, Somalië en Zuid-Soedan en dat die nooit weer terugkeert.

Dat het klimaat aan het veranderen is en dat dat grote gevolgen heeft voor de aarde, dat hoef ik je niet meer te vertellen – maar de gevolgen misschien wel. De landen die getroffen zijn door de hongersnood hebben allemaal een vrij droog klimaat en met het broeikaseffect wordt de grond er niet vruchtbaarder op. Met de aanhoudende droogte begin 2017 mislukte de oogst grotendeels, werd het vee uitgehongerd en had de bevolking zelf nog nauwelijks te eten. Landen als deze hebben vaak nog een productie economie, gericht op één of enkele producten uit de landbouwsector. In de getroffen gebieden is daardoor nog minder om te verhandelen.

Met een slechte concurrentiepositie is het voor de bevolking bijna niet haalbaar om voedsel te importeren. Vooral de situatie in Zuid-Soedan is kritisch, die door de Verenigde Naties de zwaarste gradatie onder de term ‘hongersnood’ kreeg. Bij categorie 5 van de Integrated Food Security Phase Classification (IPC) kan twintig procent van het volk niet aan voedsel komen, is dertig procent ondervoed en sterven dagelijks meer dan 2 per 10.000 mensen aan de hongersnood.

Zijn voorgaande acties, zoals Band Aid in 1984 tegen de hongersnood in Ethiopië waar destijds 400.000 mensen stierven, dan op niets uitgelopen? Nee, want met het opgehaalde geld werd voedsel naar de gebieden gebracht en het voedseltekort een halt toegeroepen. Toch had niet Ethiopië als enige land last van uiterst droog weer, ook de omliggende landen werden hierdoor getroffen. Een andere schakel is misschien een nog grotere veroorzaker van hongersnood: de politiek.

Landen die slecht bestuurd worden en met een droog klimaat kampen, hebben een grotere kans op een hongersnood. Deze regeringen spelen niet voldoende en niet op tijd in op de naderende problemen, breiden hun gewassoorten niet uit en laten het land niet groeien door nieuwe, verhandelbare goederen te produceren. Daar moet wel bij gezegd worden dat deze landen vaak ook geen geld hebben om te investeren in eigen economie. Dan, op het moment dat de temperaturen hoger zijn dan normaal, sluipt de mislukte oogst makkelijk toe.

Daarnaast is een verband te herkennen tussen gebieden die in conflict zijn of waar oorlog wordt gevoerd. Humanitaire hulp van goededoelenorganisaties kunnen moeilijk bij de mensen komen, omdat het simpelweg niet veilig is of hen de weg wordt versperd. In Zuid-Soedan worden hulpverleners bedreigd, worden ambassadeleden ontvoerd voor losgeld en moeten vrijwilligers een enorm geldbedrag betalen om het land in te komen en te helpen. Nigeria en Somalië worden geteisterd door extremistische terreurbewegingen en in Jemen wordt een strijd tussen rebellen en het regering gevoerd.

Een hongersnood is dus niet altijd de schuld van het klimaat. Zoals sommige media schreven is het ook niet enkel de schuld van de mensen zelf. Het is de combinatie van die twee, die samen in staat zijn een periode van droogte om te buigen naar een (dreigende) hongersnood. Wanneer het geld naar de corrupte regeringen gaat worden daar wapens van gekocht of verdwijnt het in de zakken van het parlement. Hulpverleners hebben ook niet altijd de mogelijkheid om überhaupt het rampgebied te bereiken, door het aanhoudende geweld of wanneer ze worden belemmerd door de regering. Dat betekent niet dat dat soort acties zinloos zijn. Laten we hopen dat het geld gebruikt wordt om de ondervoede mensen te voeden en om hen te helpen om de armoede in deze gebieden tegen te gaan met scholing en andere projecten.