waterverspilling
SPAT onderzoekt

Waterverspilling is een wereldwijd probleem

De wereld mag dan voor 70% uit water bestaan, toch heeft niet iedereen er evenveel van. Zo spoelen wij elke wc-beurt zo’n 6 liter water door naar het riool, terwijl mensen in Somalië en Jemen al sinds maart van dit jaar zonder water zitten. Dit betekent dat wij bewuster met water moeten omgaan, ook omdat in de droge seizoenen er veel afhangt van ons waterbeleid. De vraag is hoeveel water je zelf eigenlijk gebruikt en verbruikt op een dag en wat je eraan kan doen om dat te verminderen.

6 liter water kost je wc-beurt dus, maar er gebeurt meer op een dag waarbij je water gebruikt. Zo ga je niet maar één keer naar de wc op een dag en ga je (waarschijnlijk) onder de douche. Met een douche van 10 minuten gebruik je 80 liter water, tel daarbij op de 10 keer op een dag dat je naar de wc gaat en je zit al op 140 liter op 1 dag. Om water te besparen, raden we toch maar niet aan om te stoppen met douchen of naar de wc te gaan.

Verbruik binnens- en buitenshuis

Maar je verbruikt zonder dat je het weet nog veel meer water dan dat je persoonlijk door het toilet spoelt. Volgens waterbesparingsorganisatie Nudge wordt maar 2% van je watergebruik door jezelf gebruikt. Dit betekent dat 98% komt van de producten die je koopt en gebruikt, zoals je kleding en je voeding. Zo “kost” een kilo rundvlees 15.000 liter water om te produceren en één katoenen T-shirt evenveel als 55 keer douchen.

Het water dat je zelf verbruikt kun je verminderen, er zijn zoal besparende douchekoppen en wc’s waarmee je al gauw je waterverbruik kan halveren. Ook wordt er geadviseerd een paar minuten korter te douchen op dagelijkse basis om zo een hele hoop water te kunnen besparen. Ook werken de labels op vaatwassers en wasmachines aan het creëren van grip op hoe je het milieu beïnvloedt met je aankoop. Maar om het waterverbruik buitenshuis tegen te gaan moet je letten op de duurzaamheid van de producten die je koopt.

Duurzaamheid van producten

Veel producten in de winkel, zoals kleding en voedsel, worden geproduceerd in het buitenland. Hierdoor wordt het probleem rond waterbesparing verplaatst naar het buitenland, op plekken waar water schaarser is dan in Nederland. Zo wordt er in Indonesië en Maleisië regenwoud gekapt om plaats te maken voor de productie van palmolie (onder andere gebruikt voor biodiesel voor de rest van de wereld). Deze ontbossing gaat ten kosten van de lokale voedsel- en watervoorzieningen, want de bossen zorgen er voor dat water langer “bovengronds” blijft zoals dat heet. Hierdoor is dit water niet langer voor de lokale bevolking beschikbaar, maar wordt het gebruikt voor het verbouwen van palmolie.

Maar ook in Nederland zou het voor het milieu beter zijn om duurzamer met water om te gaan. Zo verbruiken de kolencentrales in Nederland evenveel water als alle Nederlanders samen. Het sluiten van kolencentrales zou dus een goede stap zijn richting minder waterverbruik. Ook zijn er verschillende websites waarmee je checkt of de merken die je koopt meewerken aan een duurzame productie. Op die manier kun je ervoor zorgen dat er bij het produceren van je kleding niet onnodig veel water wordt opgeslokt dat juist naar de lokale bevolking zou moeten gaan.

Verder zouden we op het gebied van eten duurzamer kunnen zijn door onze watervoetafdruk te verkleinen. Deze voetafdruk meet hoeveel water er wordt gebruikt om jouw dagelijks leven mogelijk te maken, van de kleding die je draagt tot het voedsel dat je eet. Want ook op dit laatste gebied kun je meer doen om minder water te verbruiken. Zo wordt er om 100 gram avocado te produceren 200 liter water gebruikt en, zoals hierboven vermeldt, verbruikt het vlees dat in de supermarkt ligt nog veel meer water. Zo zijn vegetarisch(er) eten en minder suiker en olie tot je nemen goede tips om je waterverspilling tegen te gaan. Maar ook alle foodtrends als biologischer, duurzamer en lokaler voedsel zijn manieren om de waterverspilling in voedselproductie tegen te gaan.

De echte kosten van producten

Het klinkt natuurlijk allemaal prachtig: met een makkelijke en duurzame keuze maken we de wereld allemaal een beetje beter. Je verspilt dan minder water, maar het is ook een stuk duurder. Echter, uit onderzoek wijst dat als je een optelsom maakt van de echte kosten voor producten er niet veel verschil in kosten is. Hiermee bedoelen de onderzoekers dat de prijs die je betaalt voor de verspilling van water bij het telen van bananen, de reiskosten en de prijs in de supermarkt kunnen worden vergeleken met de prijs voor een biologische en lokale banaan. En uit deze optelsom komt maar al te vaak naar voren dat het niet veel scheelt. Voor echte waterbesparing zullen we dus niet alleen korter moeten douchen, maar ook letten op wat we kopen en eten.