SPAT vindt

Je bent geen echte Hollander als je geen kaas lust

Het is een drukke bus. Wanneer ik instap, weet ik nog niet dat deze rit veel indruk op me gaat maken. Maar soms maken we er een potje van in ons landje. Uniek is dit verhaal niet. Juist niet. En dat maakt het zo pijnlijk.

‘Uniek is dit verhaal niet. Juist niet.’

Voorin in de bus praat een vrouw met een bijzonder luide stem tegen de buschauffeur. Nu is dat op zich overkomelijk, maar wat ze zegt vind ik minder overkomelijk. Ruim een kwartier lang gaat deze vrouw tekeer over de ‘buitenlanders’ in haar stad. De vrouw vindt ‘ze’ verschrikkelijk en vertelt gedetailleerde verhalen over alles dat ‘ze’ verkeerd doen. Voorbij komen kreten als “die Marokkanen, die zijn allemaal te lui om te werken” en “die Polen zijn ook vreselijk, ze pakken alles af”. Maar wat maakt deze mensen dan ‘geen echte Hollanders’?

In de bus zijn diverse kinderen met een donkere huiskleur. Over hun gedrag heeft de vrouw een sterke mening. Ik merk amper dat deze kinderen er zijn, maar zij stelt dingen als “die vrouwen voeden die kinderen ook niet op hè”. Wat deze vrouw ook misdaan is, de mensen in de bus veroorzaakten dat niet! Waarom praat ze op deze manier over mensen die ze niet kent? Wat geeft deze vrouw het recht om te oordelen over onbekenden? En wat maakt het uit dat deze mensen een andere achtergrond hebben dan zij heeft?

Wanneer de vrouw door een medereiziger aangesproken wordt op haar discriminerende gedrag, gaat ze verder op een normaal geluidsniveau. Ik ben blij dat ik haar niet meer kan horen. Maar vooral ben ik blij dat de mensen waar ze het over heeft haar niet meer kunnen horen. Ik schaam me zelfs een beetje tegenover hen. Maar geeft dat niet aan dat ik mijzelf als een ander soort Nederlander zie dan dat ik hen zie? Of voel ik me altijd aangesproken als er negatief gesproken wordt over iemand?

Door de busrit vraag ik me boos en verdrietig af wat ik kan en wil doen in dit soort situaties. Objectief erin staan kan niet, omdat iedereen een eigen achtergrond heeft. Het ergste van alles vind ik de wetenschap dat er meer en erger wordt gediscrimineerd dan dit. Ik zie een getint jongetje vlakbij de vrouw zitten, dat alles aanhoort. Hij is alleen. Dat raakt me en ik glimlach naar hem. Wat zou er in hem omgaan?

De gepikeerde vrouw zegt dat de buschauffeur goed moet kijken of ‘ze’ wel goed in- en uitchecken: “gewoon de achterdeuren niet opendoen, dan moeten ze langs je lopen.” De vrouw heeft het steeds maar over ‘Hollanders’. Ze beschouwt zichzelf duidelijk als één van hen. Als ik haar zo tekeer hoor gaan, associeer ik me daar niet mee. Ik wil niet zijn zoals deze vrouw. De mensen waar ze het over heeft, zijn ook Hollanders. En dan maakt het nog niet eens uit dat ze foutloos Nederlands spreken of dat de kinderen zich niet misdragen. Ik vind gewoon dat ze Hollanders zijn, als ze dat willen. De busrit zet me aan het denken. Wat is nu de definitie van ‘Hollander’?

‘Ik vind dat deze mensen Hollanders zijn als ze dat willen.’

Je bent geen echte Hollander als je geen kaas lust. Ook als je terugdeinst voor fietsen in de regen, ben je niet uit het juiste hout gesneden. Een echte Hollander vindt sinterklaasavond gezellig en beschouwt een winter zonder Elfstedentocht als mislukt. In je vrije tijd kweek je tulpen, rook je jointjes en doe je aan spijkerpoepen. Je kunt goed klagen over het weer, bent gek op molens en eet je patat met mayonaise of appelmoes. Je vrienden kijken je raar aan als je met Koningsdag niet in het oranje gekleed gaat. Je wordt verstoten als je je verjaardag niet in kringvorm viert. Oh, en als je drop niet lekker vindt, ben je al helemaal vreemd. Vind je deze omschrijving belachelijk klinken? Dan ben ik het met je eens. Niemand is onbevooroordeeld, maar gelukkig kun je wel je gedrag aanpassen. Laat anderen in hun waarde, of ze nu kaas lusten of niet!

Gelukkig zijn de andere reizigers minstens zo verontwaardigd over de tirade als ik. En doet de buschauffeur de achterdeuren gewoon open. Er is nog hoop voor ons landje.