Vast in Myanmar Rohingya-moslims kunnen nergens heen
SPAT onderzoekt

Vast in Myanmar: Rohingya-moslims kunnen nergens heen

De Rohingya-bevolking heeft sinds het ontstaan van het Aziatische Myanmar (ook bekend als Birma) haar bestaan gevreesd. Tot 1982 behoorde de groepering tot de erkende Birmese minderheden, daarna raakten zij stateloos. Dit betekent dat ze het land niet zonder toestemming door mogen reizen, worden uitgesloten van middelbaar onderwijs en toestemming nodig hebben – en vaak geld moeten betalen – om te mogen trouwen. De erbarmelijke omstandigheden leidden in 2012 al tot geweld. Nu slaat de Rohingya-bevolking massaal op de vlucht.

Oorspronkelijk woonden de Rohingya verspreid over de Bengalen, een regio van de Indiase staat West-Bengalen tot aan het huidig Bangladesh. Het volk leefde als nomaden, om zich uiteindelijk in Rakhine te vestigen, een noordelijke staat in Myanmar. Daar woonden ze al voordat het Britse rijk het gebied kolonialiseerde. Met de islam als overheersende religie, valt de groep buiten de overwegend boeddhistische bevolking van Myanmar.

De Birmese regering hield vanaf de onafhankelijkheid in 1948 het boeddhisme aan als officiële religie, met vrijheid van geloof voor etnische groepen. De Rohingya-moslims werden echter alsnog als minderwaardig beschouwd. Hun status als illegale immigranten werd gemaskeerd door de politieke instabiliteit van het land. Na een coup kwam het leger aan de macht en hun regime verbloemde de situatie van dergelijke etnische minderheden. Onder het bewind van verzetleidster Aun San Suu Kyi, die voor haar handelingen in 1991 de Nobelprijs voor de Vrede won, kwamen er hervormingen en keerde democratie terug – nou ja, soort van.

Mensenrechten

De kwestie van de stateloze Rohingya-bevolking werd tijdens de vrije verkiezingen in 2012 opgetrommeld. Birmese nationalisten waren van mening dat het volk weg moest uit Myanmar. Er volgden opstanden in het gebied, waarbij de boeddhisten en moslims elkaar aanvielen, hele Rohingya-wijken werden uitgebrand en de bewoners werden verdreven.  De regering keek destijds weg van de problemen in Rakhine. Er zouden slechts tientallen doden zijn gevallen tijdens de escalatie, niet duizenden zoals de etnische groep beweert.

In de jaren die volgden etterde de verstandhouding voort. De rebbelengroep Arakan Rohingya Salvation Army (ARSA) had genoeg van de onderdrukking en viel politieposten in de staat aan. De spanning laaide daardoor verder op, met als gevolg wraakacties van het Birmese leger. Van de 1,1 miljoen Rohingya-moslims zijn in korte tijd ruim 160.000 gevlucht naar buurland Bangladesh. Ook daar worden de mensen behandeld als illegalen. De grens blijft potdicht.

Volkerenmoord

Het is voor de buitenlandse media lastig om Rakhine te bereiken. Het gebied wordt hermetisch afgesloten, de regering van Myanmar ontkent het buitensporig geweld en nobelprijswinnaar Aun San Suu Kyi houdt zich verdacht stil. Bangladesh vindt dat Myanmar zijn eigen problemen moet oplossen. Thailand maakt van de Rohingya slaven, wat eveneens in Maleisië gebeurt door middel van mensenhandel. India wil de eigen Rohingya-bevolking het land uit en in Myanmar moeten de moslims voor hun leven vrezen. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International wijzen op een genocide, waarbij opzettelijk een etnische groep wordt uitgeroeid.

Het enige wat de vluchtelingen in Rakhine op wacht, is de dood. Volgens hen is Myanmar bezig met een volkszuivering. Het Birmese leger heeft niet alleen belang bij het verjagen van de Rohingya-bevolking om hun geloof, zo stelt het Belgische Knack. Het aan de kustgelegen Rakhine ligt namelijk op een strategisch plek om handel te drijven met India en China. Kwetsbare minderheden worden daardoor van hun land gejaagd. De landenroof biedt de regering kansen om van de nu straatarme staat een economisch winstgevende plek te maken.

Rohingya-moslims zijn door hun achtergrond minderwaardig aan de boeddhistische Birmezen, hele dorpen worden uitgemoord, ze worden weggestuurd naar landen waar ze eveneens niet veilig zijn. Myanmar zou de Rohingya-moslims moeten betrekken bij de ontwikkeling van Rakhine – om maar iets van de achterstelling op deze groep in te halen. Voor nu kunnen de vluchtelingen helaas geen kant op.