SPAT onderzoekt

Geluidsopnames tijdens klinische consulten: denkt Hippocrates ook aan artsen?

Bij kwesties rondom privacy in de gezondheidszorg wordt al snel de meeste aandacht geschonken aan de privacy van de patiënt, bijvoorbeeld omtrent de gevoeligheid rondom het door zorgverleners onderling delen van patiëntgegevens via instant messaging. Voor dit artikel draai ik de rollen echter om en vraag ik mij het volgende af: in hoeverre wordt de privacy van artsen gewaarborgd tijdens geluidsopnames tijdens consulten door patiënten?

Shared decision making in de Nederlandse zorg -het idee dat artsen en patiënten samen beslissen over de behandeling van de patiënt- is en blijft een veelbesproken onderwerp. Goede zorg kan pas geboden worden als er voldoende tijd is voor de patiënt om vragen te stellen tijdens consulten, bijvoorbeeld over alternatieve behandelmethoden. Toch worden patiënten tijdens dit soort belangrijke gesprekken vaak zo overdonderd door emoties en bedolven onder informatie, dat verschillende hoofdzaken volledig aan hen voorbijgaan. Het is daarom dat minister Schippers van Volksgezondheid patiënten vorig jaar in een brief opriep gesprekken met hun arts voortaan op te nemen. Op deze manier zou belangrijke informatie door patiënten beter onthouden en verwerkt kunnen worden.

Is Hippocrates er ook voor artsen?

Minister Schippers schrijft in haar brief dat voor de opnames geldt dat deze niet verspreid mogen worden en enkel voor eigen gebruik zijn. Ondanks dat de minister patiënten stimuleert om artsen toestemming te vragen voor de opnames, is dit echter niet verplicht. Een behoorlijk krom gegeven, want gesprekken mogen dus legaal stiekem worden opgenomen. Mocht de arts niet akkoord gaan met de geluidsopname, is hij verplicht de informatie in dat geval behalve mondeling, ook schriftelijk te delen.

Uit een enquête van de Federatie van Medisch Specialisten (FMS) blijkt dat 75% van de artsen bang is dat de opnames toch op sociale media of ergens anders op het internet terecht komen, waardoor hun reputatie (zowel bewust als onbewust) geschaad kan worden. Cardioloog Tjebbe Galema zegt in een gesprek met magazine De Medisch Specialist hierover het volgende: “Een gesprek met een patiënt heeft een kop en een staart, een bepaalde sfeer, het zit vol nuances, spreektaal en soms een geintje om de lucht te klaren. Als zo’n grapje uit de opname wordt gelicht en op zichzelf staand online wordt gezet, kan dat heel raar overkomen. Je mist bij een opname ook alle non-verbale dynamiek van het gesprek”.

Daarnaast spreken artsen hun zorgen uit over dat opnames soms stiekem worden gemaakt en het feit dat het is toegestaan deze als bewijsmateriaal te leveren in een rechtszaak. Er bestaan zelfs speciale Twitteraccounts die dit soort juridische processen openbaar bijhouden. Stiekeme opnames druisen volgens KNO-arts Robert van Haastert tegen alle fatsoennormen in en schenden het vertrouwen tussen arts en patiënt. Nederlandse artsen zien daarom graag bepaalde richtlijnen of een gedragscode rondom opnames verschijnen. Een soort snelle Eed van Hippocrates van patiënt tot arts, maar dan dus veel minder officieel en groots.

Opnames als vorm van transparantie

Directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) Dianda Veldman vindt dat patiënten door zo’n gedragscode worden neergezet als halve criminelen, terwijl ze juist zo kwetsbaar zijn. De angst voor misbruik vindt ze maar overdreven, opnames geven de patiënt helderheid. “Als je je werk goed doet, hoef je je nergens voor te schamen. Het is een vorm van transparantie”, zegt cardioloog Galema over het opnemen van consulten. Hierom stelt hij voor dat artsen misschien sowieso maar beter al hun gesprekken kunnen opnemen, zodat ze stiekem opnames zelf in de hand hebben en zich volledig bewust zijn van het feit dat ze altijd worden opgenomen.

Kortom, dat artsen bang kunnen zijn voor reputatieschade en de eventuele juridische gevolgen van geluidsopnames als bewijsmateriaal, is zeker geen vreemde gedachte. Toch geven artsen als cardioloog Galema en kinderarts Paul Brand ook aan dat opnames bijvoorbeeld als leermiddel gezien kunnen worden. Bovendien zijn er voldoende alternatieven beschikbaar om misbruik rondom opnames te voorkomen en transparantie in de zorg toch te vergroten. Zo kan een arts een patiënt stimuleren een extra persoon mee te nemen naar het gesprek om extra op te letten. Ook kan de arts schriftelijke informatie meegeven of aan het einde van het gesprek doelgericht vragen of de patiënt alles begrepen heeft, om de belangrijkste zaken nogmaals duidelijk samen te vatten.